Koeien en kansen bedrijven laten grote variatie in ammoniakemissie zijn_ Koeien&Kansen

Nieuws

Koeien & Kansen-bedrijven hebben grote variatie in ammoniakemissie

Gepubliceerd op
19 november 2018

Om de duurzaamheid van melkveebedrijven te bepalen kunnen verschillende kengetallen worden gebruikt. Eén daarvan is de emissie van ammoniak. Voor de 18 Koeien & Kansen bedrijven zijn de resultaten hiervoor op een rij gezet.

Grote variatie

Figuur 1: Ammoniakemissie per ha op Koeien & Kansen-bedrijven in 2017
Figuur 1: Ammoniakemissie per ha op Koeien & Kansen-bedrijven in 2017

Figuur 1 laat zien dat de ammoniakemissie per hectare op de Koeien & Kansen-bedrijven sterk varieert. Op bedrijf 3 is deze net iets meer dan 40 kg NH3/ha, terwijl de emissie van ammoniak op bedrijf 5 meer dan 105 kg NH3/ha is. De gemiddelde emissie van ammoniak op de Koeien & Kansen-bedrijven is bijna 64 kg NH3/ha.

De variatie in ammoniakemissie per hectare is toe te schrijven aan verschillende factoren, zoals de intensiteit. Deze speelt een belangrijke rol. Zo produceert bedrijf 3 de laagste ammoniakemissie per hectare en kent een intensiteit van 11.000 kg melk per hectare. Bedrijf 5 heeft de hoogste emissie en produceert 44.000 kg melk per hectare. Naast intensiteit spelen ook factoren als melkproductie per koe, aantal stuks jongvee en rantsoen een rol.

Ammoniakemissie stal en mestopslag

Figuur 2: Emissie ammoniak uit stal en mestopslag op Koeien & Kansen-bedrijven per GVE in 2017.
Figuur 2: Emissie ammoniak uit stal en mestopslag op Koeien & Kansen-bedrijven per GVE in 2017.

Wat opvalt in figuur 2 is dat de variatie in stalemissie op de Koeien & Kansen-bedrijven niet erg groot is. De emissie varieert tussen de 10 en 13 kg ammoniak per GVE. Bedrijf 7 heeft een lage stalemissie. Dit komt doordat dit bedrijf stikstof in het voereffici├źnt benut en een erg laag stikstofgehalte in het rantsoen heeft, onder andere door een beperkt aandeel graskuil. Ook bedrijf 14 heeft een hoge stikstofbenutting. Bedrijf 4 heeft een lage ammoniakemissie uit stal en mestopslag omdat dit bedrijf meer dan 200 dagen weidt. Bedrijven met een hogere ammoniakemissie, zoals bedrijf 9 en 12, hebben een vrij hoog stikstofgehalte in het rantsoen.

Ammoniakemissie bij landwerk

In figuur 3 is de ammoniakemissie per hectare weergegeven die vrijkomt bij oogst, bemesting en beweiding van land. De gemiddelde ammoniakemissie met landwerk is ruim 30 kg NH3/ha op de Koeien & Kansen-bedrijven. Dit is iets minder dan de helft van de totale ammoniakemissie. De variatie ligt tussen 18 tot 37 kg NH3/ha. En is hiermee veel groter dan de variatie bij ammoniak uit stal en mestopslag.

Figuur 3: Emissie ammoniak door landwerk op Koeien & Kansen-bedrijven per ha in 2017.
Figuur 3: Emissie ammoniak door landwerk op Koeien & Kansen-bedrijven per ha in 2017.

Figuur 3 laat zien dat de grootste ammoniakemissie op het land plaatsvindt bij het toedienen van dierlijke mest. Tien Koeien & Kansen-deelnemers verdunnen de mest. Zij verminderen hiermee de emissie van ammoniak bij uitrijden met ongeveer 40% ten opzichte van het niet verdunnen van de mest. Binnen de Kringloopwijzer telt mest verdunnen overigens nog niet mee als emissiebeperkende maatregel, omdat de overheid dit emissiearme systeem nog niet heeft erkend. Maar in figuur 3 is de reductie door mest verdunnen wel meegenomen.Behalve de toedieningsmethode speelt de hoeveelheid toegediende mest ook een rol. Een aantal bedrijven waaronder bijvoorbeeld bedrijf 6 neemt deel aan de BES-pilot en mag daardoor meer dierlijke mest uitrijden. De ondernemer van bedrijf 6 rijdt mest uit met een sleufkouter op veengrond. Een sleufkouter geeft meer emissie dan een zodenbemester. Ondanks dat dit bedrijf mest verdunt tijdens uitrijden, is de emissie bij mest toedienen nog steeds 27 kg NH3/ha. Bij niet verdunnen zou dat zelfs 45 kg NH3/ha zijn.

Bedrijf 3 realiseert een lage ammoniakemissie bij toedienen van dierlijke mest zonder de mest te verdunnen. Dit komt doordat dit extensieve bedrijf veel minder dierlijke mest per hectare uitrijdt dan toegestaan met de gebruiksnormen voor dierlijke mest. Het biologische bedrijf 13 verdunt ook mest en dient minder drijfmest toe dan de gangbare bedrijven. Bedrijf 8 combineert zodenbemesten met mest verdunnen en weet daardoor de emissie van ammoniak behoorlijk te beperken.

Ontstaan van ammoniakemissie op melkveebedrijven

Door afbraak van eiwitten tijdens het verteringsproces in het lichaam komt ureum vrij die met urine wordt uitgescheiden. Ureum wordt omgezet in ammoniak onder invloed van het enzym urease. Urease zit in mest (faeces). Ammoniak is onder normale omstandigheden een gasvormige en vluchtige stof omdat het kookpunt op -33 ┬░C ligt. Ammoniak lost echter gemakkelijk op in water waardoor het als NH4+ in oplossing blijft (concentratie evenwicht afhankelijk van o.a. temperatuur, pH en hoeveelheid water). Emissie van ammoniak vindt vooral plaats wanneer urine in contact komt met mest en lucht (groter verdampingsoppervlakte, dus meer ruimte voor ammoniak om te ontsnappen). Emissie van ammoniak gebeurt vooral in de stal, als faeces en urine bij elkaar komen en drijfmest ontstaat, en tijdens het uitrijden van mest wanneer deze in aanraking komt met lucht. Ook kan bij toedienen van kunstmest ammoniak vrijkomen als ammonium in aanraking komt met een vochtige bodem.