Gezond bewegen voor een lang leven

Project

Gezond bewegen voor een lang leven

Kreupelheid is één van de top 3 redenen waarom koeien worden afgevoerd van het melkveebedrijf. Een gezond bewegingsapparaat is voor een koe van levensbelang om te kunnen grazen, vreten, en gemolken te worden. Extra beweging kan mogelijk de kans op gezondheidsproblemen verminderen, en zo een bijdrage leveren aan een langere levensduur. In het project ‘Gezond bewegen voor een lang leven’ wordt met financiering van het Melkveefonds inzicht verkregen in het effect van regelmatige beweging op de gezondheid van melkvee.

Uit humaan onderzoek is duidelijk geworden dat beweging op meerdere manieren invloed heeft op de gezondheid van de mens. Enerzijds is beweging tijdens de jeugd van invloed op de ontwikkeling van botten en spieren; anderzijds heeft beweging tijdens het volwassen leven een sterke relatie met de energie-, vet- en eiwitstofwisseling. Bij koeien zou beweging er mogelijk ook toe kunnen bijdragen dat de kans op gezondheidsproblemen afneemt (denk aan klauwproblemen, stofwisselingsziekten) en de fysieke conditie verbetert. Algemeen bekend is dat kreupele koeien minder actief zijn en minder bewegen. Andersom is relatief weinig onderzocht: lopen koeien die méér bewegen minder kans op klauwproblemen?

De hoeveelheid lichamelijke activiteit van koeien is vaak relatief beperkt, zeker voor opgestalde dieren. De gemiddelde afstand die koeien met weidegang afleggen, inclusief het lopen van en naar de melkstal, is in het verleden geschat op 5 km per dag. Uiteraard is de variatie groot, met name vanwege verschillen in de afstand van weidepercelen tot de stal. In de praktijk worden minder klauwproblemen gezien in de wei dan op stal. Bij weidegang krijgen koeien echter niet alleen meer beweging, maar bijvoorbeeld ook een ander rantsoen (vers gras) en natuurlijk een andere huisvesting (zachte bodem).

Om te onderzoeken wat het effect van beweging is op de gezondheid en fysiologie van melkvee worden 36 ouderekalfs koeien gedurende een periode van 8 weken gevolgd. De helft van de dieren wordt in deze periode onderworpen aan een trainingsschema, waarbij ze tweemaal daags drie kwartier looptraining krijgen in een stapmolen. De loopsnelheid past bij een rustig koeientempo, zo’n 3,4 km/u.

Tijdens het onderzoek worden verschillende metingen verricht om het verschil tussen de beide groepen te kunnen volgen. De individuele melkproductie en voeropname wordt geregistreerd en wekelijks worden bloedmonsters afgenomen om de stofwisseling te monitoren. Het gedrag van de koeien wordt gevolgd met sensoren die de activiteitspatronen meten. Ook de hartslagfrequentie wordt gevolgd, zowel in rust als bij inspanning, om de fysieke conditie te meten. Wekelijks worden de dieren gescoord op hun locomotie en wordt een indruk verkregen van de doorbloeding van de onderbenen.

Nieuwsberichten

Producten