Ruitzaai en drijfmestrijenbemesting bij snijmaïs

Nieuws

Ruitzaai en drijfmestrijenbemesting bij snijmaïs

Gepubliceerd op
9 april 2018

Binnen de PPS Ruwvoer en Bodem is in 2016 meerjarig onderzoek gestart naar betere stikstofbenutting door een regelmatige plantverdeling in de vorm van ruitzaai bij maïs. Deze zaaimethode is vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm en met drijfmestinjectie in de rij. De eerste resultaten van 2016 en 2017 laten nog geen duidelijke meeropbrengst zien van ruitzaai en drijfmestinjectie in de rij. Het onderzoek wordt in 2018 voortgezet.

Voor een duurzame maïsteelt op zandgrond is het belangrijk dat het gewas de beschikbare stikstof in de bodem zo veel mogelijk opneemt. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee van de teler, maar het draagt ook bij aan het verminderen van uitspoeling naar het grondwater. De praktijk zoekt dus constant naar teeltmethoden die de benutting van mest verbeteren.

Zaaien in ruitverband

Binnen de PPS Ruwvoer en Bodem is in 2016 op proefbedrijf Vredepeel onderzoek gestart naar het effect van de van de zogenaamde ruitzaaimethode. Bij deze methode worden de maïszaden in ruitverband gezaaid bij een rijafstand van 37,5 cm, zodat de afstand tussen de maïsplanten in alle richtingen praktisch gelijk is. Deze methode is vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm in combinatie met bouwlandinjectie en met drijfmestinjectie in de rij. Alle drie de teeltmethoden werden vergeleken bij twee rastypen (steile en brede bladstand), twee plantdichtheden (80.000 en 110.000 planten per ha) en twee stikstofbemestingsniveaus (155 en 100 kg werkzame N per ha).

Resultaten na twee jaar

De standaardzaai en ruitzaai hadden in 2016 en 2017 een gelijke droge stof-opbrengst van gemiddeld ruim 21 ton per ha en een gelijke N-opname van gemiddeld 220 kg per ha (zie figuur 1). De droge stof-opbrengst van het systeem met drijfmest in de rij was in 2016 ruim een ton per ha lager dan van de beide andere systemen, terwijl in 2017 opbrengst gelijk was. De N-opname vertoonde hetzelfde beeld als de droge stof-opbrengst. De N-opname van het systeem met drijfmest in de rij in was 2016 ca. 20 kg per ha lager dan van de beide andere systemen. De lagere opbrengst en N-opname in 2016 van het systeem met drijfmest in de rij werd vooral veroorzaakt door het rastype met de brede bladstand. Mogelijk heeft verdichting van de bodem hierbij een rol gespeeld en had het rastype met de brede bladstand daar meer last van dan het rastype met de steile bladstand.

Figuur 1: Drogestofopbrengst (links) en N-opname (rechts) van de drie teeltsystemen
Figuur 1: Drogestofopbrengst (links) en N-opname (rechts) van de drie teeltsystemen

Vervolg

In een andere proef binnen de PPS Ruwvoer en Bodem in 2016 op proefbedrijf Kooijenburg te Marwijksoord werd de ruitzaaimethode vergeleken met de standaard rijafstand van 75 cm bij acht verschillende rastypen. Hier gaf ruitzaai 1 ton hogere droge stof-opbrengst dan zaai met een rijafstand van 75 cm.

Om meer duidelijkheid te krijgen over de effecten van ruitzaai wordt het onderzoek naar de verschillende teeltsystemen op proefbedrijf Vredepeel in 2018 herhaald. Daarbij worden de verschillende behandelingen evenals in 2016 en 2017 exact op dezelfde locaties aangelegd.